Groepen 1-2

Visie Jonge kind

Why:

We werken vanuit een holistische aanpak met jonge kinderen, waarbij we de totale ontwikkeling bezien.  Wij bereiden onze leerlingen voor om als wereldburger deel te nemen aan de maatschappij. We werken middels spel, thematisch aangeboden waarbij betekenisvolle hoeken centraal staan zodat er actieve betrokkenheid ontstaat én veel kansen om te leren.  We dagen de leerlingen uit om problemen op te lossen en kritisch en creatief te denken. Er vinden korte en effectieve instructies plaats, welke we combineren met leren d.m.v. verwondering, rijke taal, bewegen, ontdekken en spelen. Wij ondersteunen de leerlingen om te ontdekken wie ze zijn en bieden ruimte om interesses en talenten verder te ontwikkelen.  
 
Hoe:

Hoe instrueren we?  
Slim lesgeven middels de 4 sleutels Rekenen
Taallessen
Fonologische bewustzijn
Instructielessen motorische vaardigheden en motorische activiteiten
Interactief voorlezen Rekenen
Mondelinge taalvaardigheid
Woordenschat ontwikkeling
Begrijpend luisteren
Sociaal emotionele ontwikkeling
Burgerschapsvorming
Spelend leren Alle vakgebieden
Feedback geven Kringmomenten
Werklessen
Hoekenspel
Buitenspel
 
Feedback-feedup-feedforward staat de gehele dag centraal

 
Wat is zichtbaar in:
Het lokaal:
Wij streven ernaar dat de lokalen een leerrijke omgeving zijn, waarbij een aansluiting zichtbaar is met het actuele thema.  In de lokalen is er een doorgaande lijn zichtbaar. Visualisaties in de lokalen hebben een functioneel doel. De lokalen stralen rust en voorspelbaarheid uit. In de inrichting wordt er gebruik gemaakt van vaste structuren. Dit vergroot het eigenaarschap bij de leerlingen. In het midden van het lokaal staat een vaste kring. De kring wordt gebruikt voor eten, voorlezen en vieringen. In de lokalen zijn er veel speelplekken aanwezig. Meubilair in de klaslokalen heeft een functionele toevoeging. Dit betekent dat er alleen tafels en stoelen aanwezig zijn voor werkjes die aan een tafel gemaakt dienen te worden. De werkplekken van de leerkrachten zijn op de gang, zodat ze geen speelruimte van de leerlingen innemen. In de kleuterlokalen is geen digibord aanwezig.
Leerlingen lopen in de klas op sokken of sloffen. Wij vinden het belangrijk dat de leerlingen spelen. Dit gebeurt veelal op de grond. Voor de motorische ontwikkeling als ook de hygiëne, kiezen wij ervoor om de schoenen op de gang te zetten.
De hoeken:
Spel vindt plaats in hoeken in de klas. Naast de vaste huishoek, die aansluitend bij het thema verandert, zijn er ook een motoriektafel, een rekentafel, een verteltafel, een bouwhoek, een leeshoek, een creahoek en een winkel. Hoeken zijn thematisch ingericht. In de hoeken worden gedurende het thema nieuwe spelimpulsen en elementen toegevoegd, om het spel meer uitdaging en diepgang te geven. Leerlingen krijgen de ruimte om zelf de hoeken mee vorm te geven en toevoegingen te maken. In de hoeken wordt er gebruik gemaakt van voorbeeldspel. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van rollenkaarten. Deze rollenkaarten sluiten aan op het prentenboek dat centraal staat in het thema.

Wat is zichtbaar in ons handelen als leerkracht en onderwijsondersteuner?
Vanuit de rol van de leerkracht dragen wij kennis over. We bieden onze activiteiten aan vanuit leerdoelen, die wij middels korte, krachtige instructies geven, in kleine groepjes. In de voorbereiding maken wij een doordachte afweging van het aanbod. Hierbij wordt gebruik gemaakt van niveaudifferentiatie. Leerlingen leren door middel van spel dat door een leerkracht of onderwijsondersteuner wordt begeleid en uitgebreid in kindvolgendspel. Hierbij stimuleren wij de onderlinge mondelinge taalvaardigheden, waarbij leerlingen van en met elkaar leren.
Leerkrachten observeren de leerlingen in spel en werk. Hierbij wordt steeds gekeken, waar een kind staat en hoe het kind vooruit geholpen kan worden. Leerkrachten en onderwijsondersteuners sturen de leerlingen door het geven van directe feedback. Daarnaast zijn wij ons bewust van het feit dat wij een rolmodel zijn voor de leerlingen en zij bij ons voorbeeldgedrag zien. In ons dagelijks handelen houden wij rekening ermee dat leerlingen ons spiegelen.
In de klassen vinden wij een pedagogisch klimaat belangrijk. Wij zorgen voor voorspelbaarheid, structuur en rust. Daarnaast handelen wij traumasensitief. Hierbij wordt rekening gehouden met de veiligheid van de leerlingen. We kijken naar de onderwijsbehoeften en proberen hier in ons aanbod rekening mee te houden.

Wat is zichtbaar m.b.t. afstemming/leerlingzorg?
Onderwijs wordt aangeboden in kleine kringen op meerdere niveaus. Leerlingen worden ingedeeld op basis van observaties, waarna er formatief wordt gehandeld. De hoeveelheid instructies op niveau worden bepaald aan de hand van de beheersing van het aangeboden doel.  Leerlingen worden verdeeld op starter, beginner en expert niveau. Dit wordt middels kleuren zichtbaar gemaakt. Leeraanbod en materialen worden ook op niveau ingedeeld. Op het kiesbord staan de werkjes in kleur aangegeven. De materialen liggen per kleur in de kast gesorteerd. Per lesdoel wordt bekeken welke instructie- en verwerkingsbehoefte een leerling heeft. Wij hanteren geen vaste niveaugroepen en gaan uit van hoge verwachtingen.
We volgen de ontwikkeling van het kind door observaties in het dagelijkse spel. De doelen die wij observeren zijn gebaseerd op de periodeplanners van “Topwijs", waar de SLO doelen onderliggend aan zijn.  De leerkracht houdt zicht op de ontwikkeling en vorderingen van de leerling. Indien een leerling 2 periodes onder het actuele aanbod functioneert, wordt er extra zorgondersteuning ingezet. De leerling krijg individueel of in een klein groepje extra aanbod op het domein waar de leerling moeite mee heeft.  Leerkracht of onderwijsondersteuner voeren de zorgimpuls uit. De leerkracht monitort de vordering en past de plannen aan of kiest ervoor om deze af te sluiten indien nodig.
We proberen leerlingen als één geheel te zien. Dit betekent dat alle domeinen in samenhang dienen te zijn. Als een leerling bijvoorbeeld  sterk is in rekenen, maar motoriek lastiger vindt, kiezen wij ervoor om het rekenen niet nog meer te verdiepen, maar de motoriek te verbreden en versterken.
Voor leerlingen met een taalachterstand bieden we een taalstimuleringsprogramma (Tasti) aan. We werken daarnaast aan de executieve functies en eigenaarschap.  
We hebben wekelijks de sociokring waar we met de leerlingen bespreken wat we goed vinden gaan en wat we nog kunnen verbeteren. Door goed gedrag kunnen de leerlingen een groepsbeloning verdienen (blijdschap). Een veilige leeromgeving staat centraal. Dit doen we door aandacht te hebben voor sociale vaardigheden, acceptatie van elkaar en het samenwerkend leren (broederschap).  
 
De ontwikkeling van de leerling wordt vastgelegd in een trotsmap. Wij kiezen ervoor om de vorderingen te laten zien, zodat alle leerlingen een competent gevoel ervaren. Deze trotsmap krijgt de leerling 2x per jaar mee naar huis.
 
Wat is zichtbaar in de manier waarop wij ouders betrekken?
Wij zien ouders als een belangrijke partner in ons onderwijs. Ouders zijn de expert van het kind en worden daarom betrokken bij de afstemming. Ouders mogen verwachtingen hebben van ons als school, maar in de samenwerking hebben wij ook de verwachting dat ouders het onderwijsaanbod ondersteunen. Hierbij valt te denken aan voorlezen, deelnemen aan vve-thuis of oefenen met interventieprogramma’s indien dit nodig is. Tijdens de inloop en na school zijn wij zichtbaar voor ouders. Hierdoor zijn korte contactmomenten mogelijk. Elke ochtend hebben wij een inloopmoment voor de ouders, zodat ouders zien waar het kind mee bezig is en de ouder kan meespelen met het kind. Bij elk thema krijgen de ouders een “Broedernieuws” waarin relevante informatie over het thema, de doelen, de prentenboeken en de activiteiten, gedeeld wordt.
We hebben vaste oudergesprekken. Indien het noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het kind, plannen wij extra gesprekken in. Ouders worden betrokken bij het leerproces en worden meegenomen als er aanpassingen gemaakt worden in het aanbod.
School biedt voor ouders een VVE-programma aan. De bijeenkomsten bestaan uit twee delen. In het eerste deel vindt kennisoverdracht plaats door externen. Hierbij valt de denken aan de leesconsulent, de logopedist of de ergotherapeut. In het tweede gedeelte van de bijeenkomst sluiten de leerlingen aan. Ouder en kind werken aan een begeleide activiteit die aansluit bij het domein waarop de informatie is verstrekt. Hierbij worden de vaardigheden van ouders en kind ondersteund.
 
Wat is zichtbaar in de manier waarop wij met onze partners samenwerken?
We werken samen met peuterspeelzaal ’t Meuleke door middel van het minicollege, waarbij peuters kunnen meespelen op de basisschool. Daarnaast bieden wij gezamenlijk VVE thuis aan. 
Vijf keer per jaar vindt er een koppeloverleg plaats met ’t Meuleke. Het doel van het koppeloverleg is om de samenwerking en doorgaande lijn te versterken. Onderwerp van het koppeloverleg is dan ook de samenwerking en afstemming van het VVE aanbod.  
Bij aanmeldingen van leerlingen vindt er met 3.6 jaar een observatie plaats door de intern begeleider bij de peuterspeelzaal. Indien er stagnatie plaatsvindt in de ontwikkeling van de kleuter, vindt er een voorschools knooppunt plaats. Hierbij sluiten de Jensmedewerker, medewerker van de peuterspeelzaal en de intern begeleider van de basisschool aan.
Leerlingen van de peuterspeelzaal die naar onze school komen worden besproken in een (warme) overdracht tussen ouders, school en peuterspeelzaal. Doel hierbij is de overgang naar de basisschool zo goed mogelijk vorm te geven en afstemming te kunnen bieden op de behoeften van de leerling.
 
We betrekken de “buitenwereld” in ons onderwijs door gastdocenten te ontvangen en op excursie te gaan, bijvoorbeeld naar de boerderij.  
 
Om leerlingen preventief te ondersteunen maken wij gebruik van de ergotherapeut en de logopedist. Zij nemen met vijf jaar een screening af, om voortijdig ondersteuning in te kunnen zetten indien dit nodig is. Leerlingen die behandeling ontvangen bij de logopedist of ergotherapeut worden in tussentijdse overlegmomenten besproken, zodat wij ons aanbod kunnen af stemmen op de ontwikkeldoelen van het kind.
 
Indien wij zien dat een kind op sociaal emotioneel gebied ondersteuning nodig heeft, bespreken we dit met ouders. In afstemming met de betrokken hulpverlening wordt in een knooppunt bekeken welke ondersteuning een kind nodig heeft. De Broederschool heeft een schoolmaatschappelijk werker in huis. Zij wordt ingezet om laagdrempelig met leerlingen te werken op sociaal emotioneel gebied.

Wat is zichtbaar in de manier waarop wij het beredeneerd aanbod aanbieden?
Wij werken op school met de periodeplanners van “Topwijs”. Er zijn 5 periodes, die lopen van vakantie tot vakantie. De periodeplanners sluiten aan op de leerlijnen van SLO. De doelen worden in zes domeinen verdeeld: rekenen, taal, fonologisch bewustzijn, spel, constructie/beeldend en motoriek.
Voor de start van het schooljaar worden de doelen vastgelegd en de thema's hieraan gekoppeld. Thema´s worden vormgegeven rondom een prentenboek. Elk thema staat er een taalkundig prentenboek centraal.
Voor ieder thema wordt er door de leerkrachten en onderwijsondersteuners wekelijks overleg gepland om het thema voor te bereiden. Hierin worden de doelen gespecificeerd en aangepast indien nodig. De activiteiten die aansluiten bij de doelen worden gekozen. Om de leerlingen enthousiast te krijgen hebben wij een opening en afsluiting van het thema. Ook deze worden vastgelegd in de planning. Door de inrichting van onze lokalen en hoeken wordt een rijke leeromgeving gecreëerd, waarbij het leren door middel van spel zoveel mogelijk gestimuleerd wordt.
Bij ons geldt binnen is beginnen. Tijdens de inloop liggen er werkjes klaar voor de leerlingen en gaan ze al dan niet met de ouder, aan de slag met het werkje. We hebben de doelen opgedeeld in aanbodsdoelen, routinedoelen en omgevingsdoelen. Kinderen kiezen de werkjes middels het keuzebord. Op het keuzebord hangt de leerkracht het beredeneerde aanbod, passend bij het niveau van het kind. De materialen en hoeken zijn afgestemd op de verschillende niveaus van starter, beginner en gevorderd, passend bij het speel en leerniveau van de kinderen. Een startende leerling speelt bijvoorbeeld met één element uit de huishoek, op een andere plek in de klas. Dit kan bijvoorbeeld een babypop met een badje zijn. Een gevorderde leerling laat complexer spel zien. Deze leerling kan meer elementen aan elkaar verbinden en kan daardoor tot thematisch spel in de poppenhoek komen. Doordat de materialen en het aanbod op niveau zijn ingedeeld, spelen kinderen automatisch samen met kinderen met hetzelfde spelniveau.
In de ochtend ligt de focus meer op het hoofd middels de domeinen rekenen, taal en fonologisch bewustzijn. In de middag is er meer focus voor het hart en de handen middels de domeinen motoriek, beeldend/ creatief en vrij spel. Deze keuze sluit aan bij de concentratie van de leerlingen gedurende de dag.
Om tot leren te komen dienen kinderen te bewegen en de motoriek te bevorderen. We gaan hierom meer naar buiten en naar de speelzaal. In de ochtendpauze vindt er eerst een begeleide activiteit plaats, waarna de kinderen vrij kunnen spelen.
 
Wat is zichtbaar in onze professionalisering?
Wij vinden het belangrijk dat onze professionalisering aansluit op de dagelijkse praktijk. We halen hiervoor informatie uit het dagelijks handelen en de gegevens vanuit de doorkijk. We willen de leerlingen een ononderbroken ontwikkeling aanbieden.
 

Juffen van groepen 1-2:
Groep 1-2A: Juf Stefani     stefani.ramljak@innovo.nl
                    Juf Nicole A    nicole.arets@innovo.nl
                    
Groep 1-2B: Juf Yade        yade.kalsbeek@innovo.nl
                   
Juf Kim           kim.beckers@innovo.nl